Amerika!

Amerika!

De afgelopen 4 maanden was ik met mijn Isaac van Kersten Wielersport te vinden in Colorado, USA. Ik liep stage op het aging lab en ben nog 1 maandje gebleven om te trainen/reizen. Colorado is een trainingsparadijs: eindeloos veel (brede) wegen, fietsgroepen, en natuurlijk de bergen. Ik had de beste tijd van mijn leven, ik geloof dat ik dat wel met zekerheid kan zeggen. Dat ik m’n isaacje heb genomen was de allerbeste beslissing: zonder mijn fietsie had ik heel veel gave ritten, prachtige beklimmingen, en snelle groepssessies gemist.


Vliegen met fiets
In Februari stond ik zenuwachtig binnen bij Kerstenwielersport. Ik was zenuwachtig omdat mijn mooie fietsje uit elkaar werd gehaald, ingepakt, en in een doos gestopt. Want morgen ging ik vliegen, bijna 20 uur, met een overstap op Chicago. Ik werd bloednerveus van het idee dat er mensen met mij fiets lopen te slepen, of misschien wel gooien.
Ik had nog een aantal keer overwogen om mijn crosser maar mee te nemen: die is niet van carbon, en het is een oud beestje. Maar goed, nu was isaacie al verlost van zijn pedalen, en zat al bijna in de doos. Er was geen weg meer terug..
En zo zat ik in het vliegtuig, 20 kilometer lang, bloednerveus. De overstap op Chicago was hectisch, en ik zag mijn fietsdoos waarop 8 keer “careful please!! Thank you! ” uit het vliegtuig verdwijnen naar de volgende vlucht. Toen ik eenmaal geland was kon ik dan ook niets anders met eens strakke kop bij de special bagage staan wachten op mijn fiets.
Kim, een goede vriendin die inmiddels in Colorado woont, stond me op te wachten. Ze schoot meteen in de lach toen ze mijn fietsdoos zag (met alle careful please signalen). Maar ik kon niet mee lachen, wou meteen kijken of alles nog heel was, en deed dit ook al op het vliegveld. Pas toen heel mijn frame gecontroleerd was kon ik eindelijk rustig zitten, en viel als een blok in slaap: gezellig dan.


Gaan we weer
De terugvlucht, 1 Juni 2016. Mijn isaac had er inmiddels 1000e kilometers opzitten, ik had mooie fietslijntjes gekweekt, en het was tijd om terug te gaan naar het platte Nederland.
Ik vloog terug met een vriendin uit NL, na onze roadtrip van 2,5 week, en ze verklaarde me later voor gek; “je deed wel heel hysterisch over die fiets, zeg”.
Want ja: daar gingen we weer. Isaac in de doos. honderd lagen bubbeltjesplastic, 50 lagen Duck tape, 10x “careful please”, en weer die knoop in mijn maag. Doordat onze vlucht vertraagd was moesten we als idioten over het vliegveld rennen. Verdomme, straks zijn ze mijn fiets vergeten over te zetten, dacht ik. En zo zat ik weer 20 uur lang in het vliegtuig met een strak gezicht: iedereen lag te tukken, maar zodra ik in slaap viel droomde ik over vleigtuigpersoneel dat met mijn fiets gooide.
terug in Amsterdam, meteen naar de special bagage. Na 30 minuten wachten hield ik het niet meer en klopte ik aan bij het bijbehorende hokje. Ik kon niet vriendelijk zijn, wou mijn fiets hebben, wou alles controleren. Veel te geïrriteerd vroeg ik hoe lang het nog duurde, waarna ik met lichte ruzie weer over het vliegveld ijsbeerden.
Na een uurtje had ik eindelijk mijn fietsje terug. Mijn ouders kwamen me ophalen, en ook zij begrepen er niets van waarom ik toch alles moest controleren op het vliegveld. Mijn reisgenootje fluisterden: “dat is echt niet normaal hoor, hoe zei met die fiets doet, lijkt wel een ander persoon zo”.
Maar na 15 minuten bleek alles goed te zijn, en was ik weer normaal (nouja, normaal..)


My bike is my baby
En daarmee ben ik een echte wielrenner. Wij wielrenners begrijpen elkaar, omdat we dezelfde liefde voor de fiets hebben. Want die band met je fiets, die is zo speciaal, dat snappen alleen wielrenners..